|
Enquête omtrent het (on)veiligheidsgevoel
07.06.2007 • Op de jongste politieraad van de zone Klein-Brabant noemde Luk Van Nieuwenhuysen het een goed initiatief om naast de eigen bevindingen van de politie ook geregeld te peilen naar het (on)veiligheidsgevoel bij de inwoners. De resultaten van zo’n onderzoek werden onlangs verspreid onder de raadsleden. Het Vlaams Belang had het thema zelf laten agenderen, want vreemd genoeg vond het college van de politiezone het onderzoek geen bespreking waard. Voorzitter Vandenheuvel beweerde dan wel dat die er zopas was geweest tussen het college en de commissarissen van de zone over een aantal pijpunten (en niet omdat het door het Vlaams Belang was geagendeerd, haastte hij zich er aan toe te voegen), maar het blijft eigenaardig dat een bespreking over mogelijke beleidsconclusies niet was voorzien in de raad, zowat de algemene vergadering van de politiezone.
Van Nieuwenhuysen gaf grif toe dat het onderzoek aangeeft dat het allemaal wel meevalt met dat onveiligheidsgevoel, maar er zijn toch een aantal vaststellingen en concrete problemen, die z.i. aandacht verdienen en waarvan het aangewezen leek dat de leden van de politieraad zouden vernemen welk gevolg daaraan wordt gegeven.
Zo is er wel degelijk sprake van een gevoel van onveiligheid op plekken waar groepen jongeren rondhangen. Vooral ’s avonds maakt dat nogal wat mensen ongerust. In Puurs is er een belangrijk segment van de respondenten (29,7%) dat zich voornamelijk ’s nachts onveilig voelt op straat. Er is ook sprake van situaties die men mijdt omdat men vreest voor de veiligheid van de kinderen (zo zijn er veel opmerkingen over verkeer, maar ook over intimiderend optreden en drugs). Per gemeente wordt een concrete opsomming gegeven van plekken waar men liever niet komt (in Bornem bijv. Breeven, tunnels, parking Achterweidestraat, Nieuwe Kouterstraat; in Puurs de stationsbuurt, het fietspad naast de spoorweg, aan de kerk en als er fuiven zijn in JOC Wijland; in Sint-Amands aan de kaai, de Koningsvelden in Lippelo, enz.) . Van Nieuwenhuysen vroeg of dat overeenkomt met de bevindingen van de politie en of wordt nagegaan in hoeverre de vrees van sommigen terecht is. En ten slotte wilde hij vernemen of er tussen de politie en de gemeentebesturen overlegd wordt hoe daaraan kan verholpen worden.
Vandenheuvel antwoordde dat een gevoel van onveiligheid subjectief is. De opvolging van het onderzoek gebeurt structureel en in overleg. Het is de bedoeling is om kort op de bal te spelen, zo werd verzekerd. Er komt bijvoorbeeld een verhoogd toezicht in de stations (zowel door politie in uniform als in burger), vooral op de drukste ogenblikken. Inzake fietsdiefstallen aan de stations wordt het patrouilleschema aangepast en zal er ook aangifte van diefstal kunnen gedaan worden bij de stationschefs. Wellicht in september zou er samen met de NMBS bekeken worden of andere maatregelen kunnen getroffen worden.
Het Vlaams Belang toonde zich daarover tevreden.
|