|
We zijn er om elkaar te helpen, nietwaar ?
Een column door Luk Van Nieuwenhuysen
02.01.2005 • Ik wil toch nog even stilstaan bij het bericht dat de omwonenden van het voormalige schoolhuis in de Hekkestraat te Sint-Amands, geacht worden om een oogje in het zeil te houden wanneer daar drie minderjarige zwangere asielzoeksters een onderkomen zullen vinden (zie “Buurttoezicht op Asielzoekers”).
Neen, niet over het feit dat eerst de beslissing werd genomen en dat pas nadien een beroep wordt gedaan op de buren, of over de vraag naar de achtergrond van die minderjarigen. Al valt daarover ook wel een boom op te zetten.
Wat mij naar aanleiding van dit bericht opvalt, is het feit dat er ooit een tijd is geweest waarin die sociale controle –want dat is het wat men van de omwonenden vraagt- algemeen en vanzelfsprekend was. Het was de tijd toen in heel wat gezinnen één van de ouders –en ja, meestal was dat de moeder- zich voltijds met huishoudelijke taken bezighield. Ik keer mij daarom tegen al diegenen die daar misprijzendover menen te moeten doen en die dat kennelijk een minderwaardige verantwoordelijk vinden. Feit is dat de samenleving (lees de belastingbetaler) toen niet moest opdraaien voor de kinderkribben, of de voor- en naschoolse opvang van het nageslacht. Dat deden de ouders zèlf. Meer nog , de ouders hielden ook mekaars kroost in het oog. Bewakingscamera’s waren er toen niet nodig. Het toezicht was toen veel menselijker, letterlijk en figuurlijk. Het blauw op straat was eigenlijk complementair aan het buurttoezicht van de thuisblijvende ouders.
Versta me niet verkeerd. Ik heb er niets op tegen dat lokale besturen de opvang van kinderen bekostigen. De meeste gezinnen zien zich vandaag de dag genoodzaakt om met zijn beiden uit werken te gaan. Niemand streeft immers vrijwillig naar de marginaliteit voor zijn gezin. Maar terwijl er haast blindelings voor wordt gepleit om nog meer mensen aan het werk te krijgen, vallen onze gezinnen uiteen of temperen ze hun kinderwens.
Zo hoorde ik onlangs nog een jonge vrouw stellen dat ze bang was om kinderen ter wereld te brengen die zouden terechtkomen in scholen waar ze onvermijdelijk met drugs zullen geconfronteerd worden. Zo zijn er nog wel wat redenen om niet over te gaan tot het vormen van een gezin. Ze hebben allemaal te maken met het gebrek aan regels en normen, of aan tijd om zich met de kinderen bezig te houden.
Zo geraken we alsmaar meer op onszelf gekeerd en verdwijnen de sociale banden binnen onze samenleving. Vanuit de politieke wereld zijn er maar weinigen die zich daar bedenkingen rond maken. Wie dat wel doet wordt al te gemakkelijk in een reactionaire hoek geduwd. En dus zwijgt men liever. Alleen als er drie asielzoeksters komen, worden we gevraagd nog eens iets voor elkaar te doen.
|